Infrastructuur: bouwsteen in uw portefeuille |
|
|
|
|
Infrastructuur is een interessant beleggingsthema voor de komende jaren. Belangrijke drijfveren voor het thema zijn, onder meer in opkomende landen, de inhaalslag die geleverd moet worden doordat jarenlang te weinig is geïnvesteerd in infrastructuur, de toenemende verstedelijking en de bevolkingsgroei.
Daarnaast hebben de overheden van landen als de Verenigde Staten en China vorig jaar forse investeringen in infrastructuur toegezegd om de economische recessie te bestrijden.
Kapitaalintensief
Infrastructuur in brede zin bestaat uit het vervoer van grondstoffen, goederen, personen, afval, telecommunicatie en data en, in voorkomende gevallen, de opslag daarvan. Het gaat bijvoorbeeld om gebouwen, pijpleidingen, havens, vliegvelden, bruggen, waterwerken en (spoor)wegen. Door de omvang van deze projecten is de aanleg van infrastructuur zeer kapitaalintensief.
De behoefte aan betere infrastructuur groeit met de toename van de bevolking en de economische ontwikkeling. In de meeste ontwikkelde markten is een groot deel van de infrastructuur in de laatste eeuwen aangelegd gedurende welvarende perioden. Onderhoud maakt hier nu twee derde van de investeringen in infrastructuur uit. Daarnaast groeit de infrastructuur door toenemende bevolking en economische activiteit.
Snelle bevolkingsgroei
Naast de achterstand in infrastructuur en de inhaalslag, zijn demografische elementen als bevolkingsgroei en verstedelijking de belangrijkste drijfveren voor de toenemende investeringen in infrastructuur in opkomende markten. Een studie van de Verenigde Naties wees uit dat in 2008 voor het eerst de helft van de wereldbevolking in steden woont. Verstedelijking speelt vooral een rol in opkomende markten waar de trek van de bevolking van het platteland naar de steden in een stroomversnelling is gekomen. In 1950 woonde slechts 30 procent van de wereldbevolking in steden. In 2030 zal dit waarschijnlijk 65 procent zijn. De steden zullen de komende 40 jaar nog eens 2 miljard bewoners moeten absorberen. 90 procent van de verstedelijking doet zich voor in de opkomende landen (bron: Wereldbank, Verenigde Naties).
Wereldwijde groei in investeringen in infrastructuur leidt ons vooral naar de opkomende markten, omdat zij proberen de achterstand in te halen, die ze opliepen door vele tientallen jaren (te) weinig te investeren. China maakte vorig jaar bekend $ 586 miljard te investeren tot en met 2010. Dat is 7 procent van het bruto binnenlands product van China per jaar. Het grootste deel van dit bedrag wordt gebruikt om infrastructuurprojecten te versnellen.
Langetermijnprojecten
Volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) is wereldwijd een bedrag van $ 71.000 miljard nodig tussen nu en 2030 voor het verbeteren en uitbreiden van de infrastructuur. Een bedrag van $ 900 miljard per jaar is alleen al nodig voor onderhoud en uitbreiding in infrastructuur in de ontwikkelde landen.
Afgelopen jaar hebben veel overheden geprobeerd de economie te stimuleren en investeringen in infrastructuur gedaan of toegezegd. Zo besloot president Barack Obama om fors (tussen de $ 775 en $ 1.000 miljard) te gaan investeren. Hij gaf aan vooral bruggen, tunnels, wegen en scholen te willen laten bouwen. Ondernemingen die actief zijn in de bouw, nutsbedrijven, telecommunicatie en wegen-/spoorbouwers kunnen van deze ontwikkelingen profiteren. Ook Duitsland en Japan kondigden maatregelen aan om bouwprojecten te stimuleren met respectievelijk bedragen van $ 32 miljard en $ 25 miljard. De overheid van Korea gaf in de tweede helft van 2009 groen licht voor een aantal eerder aangekondigde projecten ter waarde van $ 18 miljard. In Indonesië zit voor $ 34 miljard aan projecten in de pijplijn. Wij schatten dat onder het lopende bouwprogramma in India (2007-2012) nog $ 190 miljard besteed gaat worden. Projecten die worden aanbesteed door de overheid zijn over het algemeen langetermijnprojecten.
Herma Boom-Conradi,
senior beleggingsspecialist

“Onze cliënten moeten kunnen rekenen op een zorgvuldige dienstverlening bij een bank met een goede naam.”